KKGT  Stichting Kwaliteitsbewaking Klinische Geneesmiddelanalyse en Toxicologie

Start

Nieuws

English Version

Bestuur

Programma's

Controle serum

Concentraties testen

Uitslagformulieren

Verzendschema

Discussiedagen

Criteriumtabel

Hyperlinks

Jaarscore en Certificaat

Zin en Onzin van Therapeutic Drug Monitoring 
bij Antibiotica

J. Mouton , CWZ Nijmegen en 
C. Neef, Medisch Spectrum Twente

Er wordt een nieuw geneesmiddel ontwikkeld. Hiervan worden de farmacokinetische eigenschappen bepaald door in een aantal vrijwilligers en later in een groep patiënten  bloed- of serumspiegels te meten. Uit deze spiegels worden de klaring, het verdelingsvolume, de halfwaardetijd, AUC (oppervlakte onder de curve) berekend. Deze waarden noemen we – mits adequaat verzameld en berekend de populatie gegevens. Vervolgens wordt het geneesmiddel toegepast en proberen we de patiënt zo goed mogelijk te behandelen. Als de therapeutische range van het geneesmiddel gering is, of er een minimale concentratie gehandhaafd moet blijven worden er bloedspiegels afgenomen teneinde te controleren of we in de gewenste range zitten. Door gebruik te maken van de gegevens uit  populatiestudies kunnen we de individuele farmacokinetische parameters berekenen en hiermee het doseerregime voor die patiënt optimaliseren.

Er zitten nogal wat haken en ogen aan deze techniek: hoe betrouwbaar is de populatie samengesteld? Behoort onze patiënt wel tot de gekozen populatie?

Een mooi voorbeeld is het verdelingsvolume van aminoglycosiden. Uit populatiestudies blijkt dat dit volume varieert van 0,20 mg/L tot 0,60 mg/L . Er kunnen twee populaties onderscheiden worden, één met een Vd van 0,25 +/- 0,1 mg/L en één met een Vd van 0,5 +/- 0,1 mg/L. Hoe weet je nu of een patiënt behoort tot een van beide populaties? Voor de dosis is dit van groot belang te weten: iemand met een Vd van 0,5 mg/L heeft 2 x zo hoge dosis nodig dan iemand met een Vd van 0,25 mg/L.

Een ander voorbeeld: een CF-patiënt krijgt ceftazidime, 3 gram per dag in een continu infuus. Moeten er plasmaspiegels bepaald worden en zo ja, wat doen we met de getallen.

Van een aantal antibiotica bepalen we plasmaspiegels, om diverse redenen: werkzaamheid, toxiciteit niet meetbaar klinisch effect.

Waarom bepalen we dan wel van aminoglycosiden de plasmaspiegels en niet van de anti-malaria middelen of de anti-schimmel middelen. En als je al spiegels bepaalt, wanneer moeten deze afgenomen worden.

In deze lezing – en in de daarop volgende workshop – zal worden ingegaan op de volgende zaken, waarbij enkele casus als voorbeeld gehanteerd zullen worden:
-          doel van de spiegelbepaling
-          frequentie van bepalen
-          wat is de rol van de MIC (minimum inhibiting concentration)
-          dalspiegels bepalen is in veel gevallen zinloos
-          is doseren op AUC zinvol: intermitterend versus continu doseren

maart 2003

 

Het bepalen van metalen met behulp van ICP-AES

 Jan IJmker, Apotheek Academisch Ziekenhuis Groningen

Inductively Coupled  Plasma – Atomic Emission Spectrometry (ICP) is een spectrale emissie techniek die al geruime tijd bestaat. Een waterig monster wordt verstoven door  een glazen buis (toorts) . De toorts is geplaatst in een spoel waarop een hoogfrequent vermogen staat (1.0 – 1.3 kW). Vanwege de voortdurende richtingsverandering van het  magnetische veld gaan in de toorts aanwezige deeltjes steeds heftiger met elkaar botsen waardoor de temperatuur steeds verder toeneemt. De temperatuur in het plasma is afhankelijk van het ingestelde vermogen tussen de 6000 – 10000 oC. Vanwege de extreem hoge temperatuur die in de kern van het plasma heerst raken er allerlei elementen in aangeslagen of geïoniseerde toestand. Als de deeltjesstroom  het plasma verlaat daalt de temperatuur. De  elektronen vallen terug in hun valentiebaan onder emissie van een foton met een voor dat element en die specifieke overgang  specifieke energie (=golflengte gebied van enkele picometers breed).
De eerste ICP opstellingen hadden de afmeting van een kleine kamer om analyse van meerdere elementen mogelijk te kunnen maken. Voor elke golflengte moest de detector opnieuw worden ingesteld of er werd met meerdere detectoren gelijktijdig gewerkt.
De moderne ICP beschikt over een dusdanige optiek en elektronica dat het mogelijk is meerdere golflengten simultaan te meten. 

De ICP biedt een aantal belangrijke aantal voordelen boven de AAS  extra:

  1. Het lineaire bereik is minstens een factor  100  groter dan dat van de AAS (kromme curve).

  2. De meetsnelheid is vergelijkbaar met een AAS –vlam.

  3. De gevoeligheid is vergelijkbaar met AAS – oven.

  4. ICP biedt de mogelijkheid tot het meten van voor AAS vreemde elementen (Jood).

  5. Mogelijkheid tot het simultaan meten van tientallen elementen (interne standaard).

  6. Iedere meting bestaat uit een geïntegreerde meting van b.v. 3 x 10 seconden meettijd, de AAS oven heeft een meettijd van ongeveer  1 seconde (nauwkeuriger)

  7. De ICP maakt geen gebruik van (dure)lampen.

  8. Carbide vormende elementen (titaan) zijn met ICP wel te meten.

  9. Insteltijd is minimaal in vergelijking met het ombouwen van AAS-vlam naar oven en viceversa.

Binnen het laboratorium van de Apotheek van het AZG wordt de ICP allereerst gebruikt voor de routinematige meting van onder andere:

  1. Aluminium in serum

  2. Lood en gelijktijdig cadmium en thallium in volbloed

  3. Lithium in serum

  4. Seleen in serum (hydride methode)

  5. Kwik in bloed en urine (koude dam methode)

  6. Natrium, kalium, calcium en magnesium in farmaceutische preparaten en grondstoffen.

  7. Diverse metalen voor de procescontrole van het PET-centrum
    (Al, Fe, Mg, AG, Ce, Co, Cr, Cu,  Ni,  Sn, Zn)

Daarnaast is de ICP een handig instrument om allerlei ad-hoc problemen te kunnen oplossen. Analytische vragen zoals  silicium in RO-water,  mangaan in serum en de analyse van allerlei metalen in lastige grondstoffen (methyleenblauw)  zijn vaak relatief snel op te lossen. Al met al is binnen ons laboratorium de ICP een waardevolle aanwinst en een uitstekende opvolger van onze AAS apparaten.

 

 

Algemene werking en nut van TDM bij anti-HIV middelen

D.M. Burger, J.A.H. Droste
Apotheek/Klinische Farmacie UMC ST Radboud, Nijmegen

De introductie van de combinatietherapie in 1996 heeft een grote doorbraak betekend voor de behandeling van HIV-geinfecteerden. Er wordt veelal een combinatie van 3 middelen gegeven: 2 middelen uit de klasse van nucleoside reverse transcriptase remmers (NRTRs) en 1 middel uit de klasse van proteaseremmers (PRs) of uit de klasse van non-nucleoside reverse transcriptase remmers (NNRTRs). Een dergelijke combinatie is in staat, mits trouw ingenomen, om jarenlang de virusreplicatie te remmen en te zorgen voor een verbetering van de afweer. Hierdoor krijgen patienten vrijwel geen complicaties meer van hun ziekte en leven ze langer.

De PRs en NNRTRs zijn vanuit het oogpunt van TDM interessant. Er is een grote inter- en intraindividuele variatie in plasmaspiegels van deze middelen; daarnaast is in vele studies aangetoond dat de plasmaspiegel een veel betere voorspeller is van het klinisch effect (zowel virologisch als qua bijwerkingen) dan de dosis. Inmiddels zijn er ook vergelijkende studies uitgevoerd naar TDM vs. geen TDM, waaronder de ATHENA studie in Nederland. Deze studies hebben aangetoond dat TDM voor nog niet voorbehandelde patienten de uitkomst van de therapie na 1 jaar significant verbeterd. In verschillende HIV-behandelcentra wordt daarom al TDM aangeboden voor deze middelen. Centra die hierover (nog) niet beschikken kunnen monsters opsturen naar een referentielab. De bepaling is opgenomen in het CTG tarief voor de HIV behandelcentra.

Naast het routinematig meten van bloedspiegels van PRs en NNRTRs kan het soms ook zinvol zijn om op indicatie een spiegel aan te vragen. Voorbeelden hiervan zijn: vermoeden van interactie, subtherapie, toxiciteit, of therapie-ontrouw.

Aangezien de bepalingen van de PRs en NNRTRs (nog) niet beschikbaar zijn als immunoassay dient elk laboratorium zelf een HPLC methode te ontwikkelen. Kwaliteitsprogramma’s zoals van de KKGT laten zien dat het erg belangrijk is om de kwaliteit extern te laten beoordelen. In de workshop in het middagprogramma zullen details van de analyse van anti-HIV middelen worden besproken.

 

terug naar boven

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan info@kkgt.nl.