KKGT  Stichting Kwaliteitsbewaking Klinische Geneesmiddelanalyse en Toxicologie

Start

Nieuws

English Version

Bestuur

Programma's

Controle serum

Concentraties testen

Uitslagformulieren

Verzendschema

Discussiedagen

Criteriumtabel

Hyperlinks

Jaarscore en Certificaat

 

Verloop resultaten X-ling studie 2007

N. Boone, projectapotheker KKGT 

In december 2003 is de “In-vitro Diagnostic” (IVD) richtlijn van kracht geworden. Deze richtlijn heeft als doel het minimaliseren van de interlaboratoria variatie in de analyse uitslagen. Mede door de marktwerking in de zorg zullen patiënten steeds vaker meer dan één  ziekenhuis bezoeken. Dit onderschrijft het belang van ziekenhuisoverstijgende vergelijkbaarheid van de analyse resultaten. Ruim voor de implementatie van de IVD richtlijn is in 1998 de Nederlandse stuurgroep Kalibratie 2000 (K2000) gestart. In deze stuurgroep zijn acht klinisch chemische disciplinegroepen vertegenwoordigd, waaronder de KKGT. Het doel van deze stuurgroep is de ontwikkeling van juistheid verificatie- en kalibratiemateriaal.

De KKGT voert al sinds 1977 juistheid verificatietesten uit die bereid worden in gevriesdroogd kalfsserum. Hoewel door dr. Dijkhuis uitgebreid onderzoek is gedaan naar geschikte matrices, is met de opkomst van nieuwe immuno-assay technieken de vraag naar een geschikte matrix opnieuw aan de orde gekomen. Als deelnemer van de Kalibratie-2000 stuurgroep is de KKGT in september 2006 een onderzoek gestart naar de problemen met commuteerbaarheid van het eigen testmonster materiaal, gevriesdroogd kalfsserum. De KKGT studie naar commuteerbaarheid heeft de naam X-lingstudie gekregen vanwege het onbekend aantal laboratoria wat zich bij de start van de studie per geneesmiddel aanmeldt.

Op basis van retrospectieve validatie van het KKGT rondzendprogramma in de periode tussen 1996 en 2006 en immuno-assay als analyse techniek zijn drie geneesmiddelen geselecteerd. Tevens zijn - mede naar aanleiding van uitslagen van commuteerbaarheid onderzoeken van andere discipline groepen binnen de klinische chemie - bij enkele deelnemers twijfels gerezen en vragen gesteld over de geschiktheid van gevriesdroogd kalfsserum als testmonster materiaal. Met de methode van retrospectieve validatie werd gekeken of de variabiliteit van analyseproces karakteristieken binnen de gestelde 95-105% specificatie limieten kon voldoen. Tobramycine- en carbamazepine immuno-assay analyses van KKGT testmonsters scoorden slecht op basis van de variabiliteit in het analyse proces. Valproïnezuur is gekozen als geneesmiddel waarvan de analyse als een robuust proces uit de retrospectieve validatie naar voren kwam.

Op grond van de aard van de analyse wordt de testmonster matrix gevoeligheid met name bij immuno-assay analyse methoden gezocht. De reactiekinetiek in de vorm van bindingscompetitie van drug analyt met antilichamen en enzymen of de transmissie van licht bij turbidimetrie kan per matrix type verschillend beïnvloed worden. Bovendien worden deze analyse methoden voor analyse in humaan materiaal ontwikkeld. De K2000 discipline groep voor enzymen heeft in een eigen studie naar matrix effecten aangetoond dat dierlijk gevriesdroogd testmonster materiaal niet commuteerbaar is. 

Voor de X-lingstudie van de KKGT zijn testmonsters in drie matrices; te weten vloeibaar kalfsserum, vloeibaar humaan serum (beiden ongeconserveerd) en gevriesdroogd kalfsserum als kandidaatmaterialen, in drie concentraties bereid. Samen met het centraal verzameld en gepoold patiëntenmateriaal zijn deze monsters geanalyseerd in de deelnemende laboratoria. Hierbij werd een zo groot mogelijke diversiteit aan analyse methoden nagestreefd. Tobramycine werd door 7 deelnemende labs, allen met een verschillende immuno-assay, onderzocht. Valproïnezuur en carbamazepine werden door respectievelijk 11 en 8 laboratoria met een verschillende immuno-assay techniek onderzocht. Deze resultaten werden afgezet tegen de waarden die gemeten zijn met matrix-effect vrije referentie technieken, HPLC of GC. Voor tobramycine bestaat geen matrix-effect vrije methode, deze resultaten zijn dan ook statistisch geanalyseerd met behulp van de “State of the Art” veldmethode. De resultaten voor tobramycine worden met deze methode berekend en weergegeven als het best haalbare met de huidige immuno-assay technieken.

In de X-lingstudie zijn substantiële verschillen in de analyse resultaten tussen de onderzochte matrices aangetoond. Tijdens de KKGT discussiedag op 30 mei 2007 te Ede, worden de resultaten van deze studie gepresenteerd.

Om te kunnen beantwoorden aan de IVD richtlijn zullen er wijzigingen in het gebruik van geneesmiddel analysemethoden en juistheidverificatie materiaal plaats vinden.

Stellingen:

1.       Als matrix is alleen humaan serum geschikt.

2.       Gezien de spaarzame beschikbaarheid van humaan serum leidt dit tot een forse toename van de kosten.

3.       Het volume van de testmonsters zal drastisch verkleind worden.

4.       De productie van testmateriaal zal prioriteit krijgen boven de productie van controlemateriaal.

 

De plaats van de bloedspotmethode in de TDM

P.M. Edelbroek, St. Epilepsie Instellingen Nederland (SEIN), Heemstede

Jac van der Heijden, Apotheek Academisch Ziekenhuis Maastricht

Bij de bloedspotmethode (dried blood spot method) prikt de patiënt zichzelf in de vingertop met een automatische vingerprikker en vult daarna op een strookje filtreerpapier één of meer cirkels met bloed. Op het laboratorium wordt vervolgens uit een pons met gedroogd bloed het gewenste analyte bepaald.

In het kader van TDM  biedt de bloedspotmethode extra mogelijkheden, die minder eenvoudig met venapunctie te realiseren zijn:
-   Afname tijdstip en- dag kunnen optimaal worden gekozen (b.v. dalwaarde, of tijdens het moment van het optreden van een bijwerking).
-   Het is mogelijk om in een thuissituatie meerdere bloedmonsters per dag af te nemen.
-    Veranderingen van bloedspiegels over een langere periode zijn gemakkelijker te vervolgen (b.v. tijdens zwangerschap).

De methode is ook patiëntvriendelijk en uitermate geschikt voor jonge kinderen en verstandelijk gehandicapten: Er is weinig bloed vereist en de bloedafname kan in een voor de patiënt vertrouwde omgeving worden uitgevoerd en er is geen extra bezoek aan een ziekenhuis nodig.
Voor een betrouwbare kwantitatieve analyse is het belangrijk, dat bij de bloedspot gelet wordt op de grootte van de spot en volledige doordrenking van het papier en op de chemische en thermische stabiliteit van het farmacon.

Op het laboratorium van SEIN is een bloedspotmethode ontwikkeld, waarmee in één bloedspot 13 anti-epileptica en twee metabolieten met voldoende betrouwbaarheid kunnen worden bepaald: primidon, fenytoïne, carbamazepine, inclusief zijn metabolieten CBZ-epoxide en -diol, monohydroxy carbazepine, fenobarbital, lamotrigine, ethosuximide, valproïnezuur, topiramaat, levetiracetam, gabapentine, pregabaline en vigabatrine. De farmaca worden kwantitatief geëxtraheerd uit de pons door schudden met een  methanol/acetonitril mengsel en het extract wordt zonder verdere voorzuivering geïnjecteerd op een HPLC en/of GC-MS. De methode wordt niet alleen in toenemende mate toegepast bij TDM van anti-epileptica, maar ook bij frequente monitoring in het kader van klinische studies. Zo is de bloedspotmethode ingezet bij een studie naar de interactie tussen lamotrigine en orale anticonceptiva.  

In het Academisch Ziekenhuis van Maastricht wordt de bloedspotmethode succesvol uitgevoerd voor de bepaling van Tacrolimus, een geneesmiddel om afstoting van getransplanteerde organen tegen te gaan. Na extractie wordt het supernatant geinjecteerd op een LC-MS/MS systeem. Met name door de grote gevoeligheid van de massadetector is een bepalingsgrens van 1 ug/l voor de bloedspot mogelijk. Uitgebreide correlatie studies tussen de veneuse methode en de bloedspotmethode tonen aan, dat deze methode geschikt is om in de praktijk toe te passen.

Literatuur:
Vermeij TAC en Edelbroek PM. Bloedspiegelbepaling van antiepileptica met de bloedspotmethode; Analyse 59 (nov ) 271-273 (2003)
Therapeutic drug monitoring of tacrolimus with the dried blood spot method; K Hoogtanders, J v.d. Heijden, M. Christiaans, P. Edelbroek, J.P. van Hooff, L.M.L. Stolk; Journal of Pharmaceutical and Biomedical Analysis.2006  Accepted for publication.
Dried blood spot measurement of tacrolimus is promising for patient monitoring; Karin Hoogtanders, Jacques van der Heijden, Maarten Christiaans, Afke van der Plas, Johannes van Hoof, Leo Stolk; Transplantation.2006  Accepted for publication.

 

 

 

terug naar boven

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan info@kkgt.nl.