KKGT  Stichting Kwaliteitsbewaking Klinische Geneesmiddelanalyse en Toxicologie

Start

Nieuws

English Version

Bestuur

Programma's

Controle serum

Concentraties testen

Uitslagformulieren

Verzendschema

Discussiedagen

Criteriumtabel

Hyperlinks

Jaarscore en Certificaat

 

Bespreken van de citotox
D. Uges en E. Jongedijk, Apotheek Universitair Medisch Centrum Groningen

1.                  Jongen (9 jaar) wordt gezien door neuroloog.
2.                  Is onrustig in de klas, rillerig, maagdarm klachten.
3.                  Volgens moeder krijgt hij 2 x daags dispergeer tabletten Ouders lijken betrouwbaar.
4.                  Nog niet alle uitslagen van kweken zijn binnen, maar vooralsnog denkt men niet aan infecties.
5.                  Gezien de leeftijd lijken drugs en alcohol niet voor de hand te liggen. Een blaastest op ethanol en een speekseltest op drugs waren beide dan ook negatief.
6.                  Gaarne met spoed bepaling van relevante gangbare middelen.

Wat gaan we bepalen             ?

Drugstesten. To cut-off or not to? 
Mw. J. Weijers, Laboratorium Jellinek Kliniek Amsterdam
JD. Touw, Apotheek Haagse Ziekenhuizen 

Het testen van de urine op de aanwezigheid van drugs vindt om verschillende redenen plaats:
- In de drugs hulpverlening in het kader van het testen op (her)gebruik
- Ten behoeve van penitentiaire inrichtingen in het kader van het testen op gebruik
- Ten behoeve van workplace testing in het kader van het testen op gebruik
- In de klinische toxicologie in het kader van testen op gebruik
- In de forensische toxicologie in het kader van testen op gebruik of toediening door anderen
- Bij kinderen in het kader van testen op toediening door anderen

Testen gebeurt in het algemeen door middel van screening met een immuno-assay. Bij het screenen voor drugshulpverlening, penitentiaire inrichtingen en workplace testing wordt bij het testen een cut-off waarde gehanteerd. Is het resultaat groter of gelijk aan een vastgestelde cut-off waarde dan is de uitslag positief, is het resultaat kleiner dan de cut-off waarde dan is de uitslag negatief. De cut-off waarde is zo vastgesteld dat de kans op een fout-positieve uitslag klein is. Gebruikelijke waarden zijn te vinden in het rapport Onderzoek op Druggebruik van de Gezondheidsraad uit 1998 en worden bij de KKGT tests gegeven. Ter verificatie van het monster dient minimaal een bepaling van de creatinineconcentratie in het urinemonster plaats te vinden. In het kader van klachtrecht of bij juridische consequenties welke zijn verbonden aan de uitslag dient de mogelijkheid te bestaan tot hertest of bevestigingsanalyse (let hierbij op de bewaartermijn van de monsters). Bevestigingsanalyse dient met MS plaats te vinden. De uitslag kan desgewenst van deskundig commentaar worden voorzien door een apotheker. Epidemiologische overwegingen en wensen van de aanvrager/directie moeten meespelen in de keuze van het testpakket.

Belangrijk is de zogenaamde ´chain of custody´, het borgen dat het juiste monster van de juiste cliënt afkomstig is en dat er geen kans is geweest op manipulatie met het monster. Belangrijke kenmerken van een urinemonster zijn: pH moet liggen tussen 5 en 8, een creatinineconcentratie <2 mmol/l duidt op verdunning of excessief drinken vlak voor urineren, een soortelijke massa van > 1.002 kg/l is de norm voor verse urine. Manipulaties kunnen om verschillende redenen plaats vinden: a. toevoegingen die de analyse storen; b. verdunningen die ervoor zorgen dat de uitslag lager is dan de cut-off waarde, c. toevoegingen van drugs om het laboratorium in diskrediet te brengen of de gewenste uitslag na te bootsen. Indien het laatste het geval is, dient bij een positief resultaat uitdrukkelijk naar de aanwezigheid van metabolieten te worden gezocht.

Indien een monster wordt aangeboden wat afkomstig is van een pasgeborene of een kind is de vraagstelling meestal blootstelling door derden. Het zal niet verbazen dat in die gevallen een cut-off waarde niet kan worden gehanteerd. Voor eerste screening kan een immuno-assay worden toegepast, maar hierbij kan niet de cut-off waarde worden gehanteerd maar moet de analytische ondergrens worden genomen. Deze is meestal niet bekend en moet worden vastgesteld. Meestal zijn de consequenties van de uitslag groot en wordt direct gekozen voor chromatografie in combinatie met UV of Diode-array detectie waarna bij een positief resultaat nog eens bevestiging dient plaats te vinden met MS. Van belang is om de eerste bevindingen te bespreken met de kinderarts om niet onnodig onrust te veroorzaken. Let hier op dat de urine van een neonaat een andere samenstelling kan hebben dan die van een volwassene en dat gebruikelijke eisen ten aanzien van creatinine niet van toepassing zijn.

Veel aanvragers in de drugshulpverlening vragen naar een kwantitatieve utslag om het (bij)gebruik vast te stellen. Een concentratie alleen is zinloos, deze hangt immers af van het volume wat wordt gedronken vlak voor urineren. Verder is sowieso een kwantitatieve analyse met behulp van een drug test een hachelijke zaak, de test is hiervoor in principe niet ontworpen. De calibratiecurve is S-vormig met de grootste gevoeligheid in het gebied rond de cut-off waarde. Toch wordt met behulp van de uitslag vaak een ratio berekend ten opzichte van de creatinine concentratie van de urine. Bij gezonde personen is de creatinine uitscheiding over een korte termijn een constante factor en de ratio concentratie drug/concentratie creatinine dient bepaald in opeenvolgende monsters een afname te vertonen. Een plotse toename kan duiden op bijgebruik. Let hierbij echter op matrixeffecten van meer of minder verdunde urine.

De uitslag kan ook onbewust worden beïnvloed door co-medicatie. Bekende voorbeelden zijn de positieve reactie van de opiaten test op codeïne en van de amfetamine test op efedrine. Er zijn echter nog veel meer mogelijkheden, de bijsluiters zijn in dat opzicht slechts van beperkte waarde.

 

CCKL een zege(n) of een ramp

Korte inleiding door 
L. Stolk, Apotheek Academisch Ziekenhuis Maastricht

Accreditatie door CCKL functioneert goed en is geschikt voor de gehele apotheek!

Hiervoor zijn de volgende argumenten:
1)       De normen van de CCKL zijn helder en op de praktijk gericht.De beroepsgroepen worden geraadpleegd
2)       De beoordeling van de CCKL is consistent. Er vindt afstemming plaats.
3)       CCKL kent accreditatie en niet alleen systeemcertificatie: CCKL kijkt niet alleen naar de regeltjes, maar ook hoe ze worden
      uitgevoerd
4)       De  vierjarige heraccreditatie cyclus is duidelijk en kent een dwingend tijdschema. 
5)       CCKL auditoren zijn goed opgeleid en deskundig op en afkomstig  van het te auditen vakgebied.
6)       De CCKL is onafhankelijk
7)       Een CCKL audit is goed gestructureerd
8)       CCKL heeft zich in de loop der jaren bewezen.

 

C. Schoenmakers, Elkerliek Ziekenhuis Helmond

De stellingen die ik wil verdedigen luiden:

  1.  de alsmaar toenemende kwaliteitseisen leiden niet meer tot aantoonbare relevante kwaliteitsverbeteringen in de    gezondheidszorg voor de patiënt.

  2.  de directe en indirecte kosten voor het bereiken en in stand houden van het CCKL niveau staan niet in een goede verhouding tot de meerwaarde in de vorm van kwaliteit van zorg.

  3.  het niveau, de mate van detaillering en de benadering van de CCKL accreditatie is te hoog, afgaande op de risico's die de te borgen activiteiten met zich meebrengen.

  4. het management review leidt tot veel nutteloos dubbel administratief werk waar geen patiënt beter van wordt.

  5.  grote inter-CCKL-auditor verschillen leiden tot vakinhoudelijke discussies die te diep en te ver gaan.

  6.  het ontbreken van een formele bezwaarprocedure om tegen het oordeel van een CCKL-auditor in beroep te kunnen gaan is een fundamentele kunstfout met verstrekkende gevolgen

  7. het als beroepsgroep ontwikkelen van een model kwaliteitshandboek draagt een groot risico op een te streng auditniveau met zich mee

 

 



 

 

 

 


 

 

 


 

 

 

terug naar boven

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan info@kkgt.nl.