X-ling studie 2009 resultaten digoxine
Niels Boone, Apotheek
Universitair Medisch Centrum Maastricht
Binnen de SKML is de
werkgroep Kalibratie-2000 (K-2000) actief. Het doel van deze werkgroep is het
bevorderen van de herleidbaarheid van analyse resultaten in de dagelijkse
laboratorium routine. Patiëntuitslagen die verkregen zijn met bijvoorbeeld een
immuno-assay bepaling zouden herleidbaar moeten zijn tot de resultaten die
gegenereerd worden met behulp van een referentiemethode en referentiematerialen.
De KKGT maakt onderdeel uit van de K-2000
werkgroep samen met verschillende disciplines uit de klinische chemie en is in
2006 een studie gestart die de herleidbaarheid onderzoekt van
geneesmiddelmonsters voor ringonderzoek. Het onderzoek, de X-lingstudie genaamd,
richt zich primair op de commuteerbaarheid* van het gevriesdroogde
kalfsserum als matrix voor ringonderzoek. Eveneens wordt in de studie gekeken
naar het gedrag van de verschillende methode-reagentia combinaties. In
vergelijking tot de andere K-2000 werkgroepleden is de KKGT verschillend. Er
wordt gewerkt met een ingewogen hoeveelheid geneesmiddel in een matrix en niet
met testsera van een lichaamseigen stof verzameld uit de routine analyse.
Hierdoor is het mogelijk een doelwaarde te hanteren in plaats van een consensus
waarde.
Van dit voordeel werd gebruik gemaakt bij de
start van de studie in 2006, door het uitvoeren van retrospectieve validatie op
de analyse resultaten van alle rondzendprogramma`s van de programma´s
anti-epileptica en antimicrobiële middelen die tussen 1996 en 2006 zijn
gehouden. Gesteld werd dat het al dan niet commuteerbaar zijn van de
gevriesdroogde kalfsserum matrix, de inter- en intra laboratoriumvariatie van de
analyse resultaten heeft beïnvloed. Voor ieder geneesmiddel is een “process
capability index” (Cpk-waarde) berekend. Dit is een maat voor de
proces variabiliteit die aangeeft of de analyse die door de deelnemers is
uitgevoerd aan de gestelde specificatie limieten voldoet. De immuno-assay
bepalingen van tobramycine en carbamazepine bleken niet aan de gestelde
specificatie limieten te voldoen.
Deze twee stoffen werden in
het vervolg van de X-lingstudie geïncludeerd. Als controle werd valproïnezuur
meegenomen die aan de gestelde specificatie limieten voldeed. Deelnemers uit het
veld werden uitgenodigd om drie concentraties (laag, midden en hoog) van deze
geselecteerde stoffen te bepalen in de verschillende testmatrices van vloeibaar
humaan serum, vloeibaar kalfsserum en gevriesdroogd kalfsserum. Eveneens werd
aan ieder deelnemend laboratorium gevraagd een ijklijn te bepalen met behulp van
centraal verzameld humaan materiaal. Dit materiaal was afkomstig van drie
verschillende patiëntengroepen die de geselecteerde geneesmiddelen als
farmacotherapie gebruikten. De bereide testmatrices werden vergeleken ten
opzichte van deze gouden standaardmatrix, waarin de drie geneesmiddelen op
natuurlijke wijze geïncorporeerd waren. In de studie werd een testmatrix als
commuteerbaar bestempeld wanneer de afwijking ten opzichte van de gouden
standaardmatrix niet meer dan twee maal de standaarddeviatie in de analyse
bedroeg.
Lage en middel tobramycine
concentraties in gevriesdroogd kalfsserum lieten resultaten zien waaruit af te
leiden valt dat de matrix voor enkele methode-reagentia combinaties niet aan de
gestelde eis voor commuteerbaarheid kan voldoen. Carbamazepine en valproïnezuur
monsters lieten voor alle concentraties in de drie onderzochte matrices
afwijkingen zien die binnen de gestelde eis vielen. Uit het onderzoek bleek bij
zowel tobramycine - als carbamazepine monsters een duidelijke voorkeur te
bestaan voor humaan serum als testmatrix. Afwijkingen ten opzichte van de gouden
standaardmatrix bedroegen voor beide stoffen in humaan serum in lage, middelen
hoge concentraties minder dan 1 maal de standaarddeviatie in de analyse.
Eveneens werd in de studie bevestigd dat er methode-reagentia combinaties
bestaan die enerzijds gevoelig en anderzijds ongevoelig blijken te zijn voor het
type matrix. Verder werd geconcludeerd dat de retrospectieve validatie nuttig
was als voorselectie methode in het onderzoek naar de commuteerbaarheid van
gevriesdroogd kalfsserum in de programma`s antibiotica en anti-epileptica. De
KKGT heeft dan ook een vervolg gegeven aan het systematisch toepassen van deze
methode in de overige programma`s. Digoxine werd op basis hiervan uit het
programma cardiaca geselecteerd in een tweede onderzoek naar de
commuteerbaarheid van gevriesdroogd kalfsserum als testmatrix. De resultaten van
dit vervolgonderzoek zullen tijdens de discussiedag 2009 gepresenteerd worden.
* commuteerbaarheid in deze context betekent het
vergelijkbaar zijn van een geneesmiddel analyse in gevriesdroogd kalfsserum ten
opzichte van een geneesmiddel bepaling in patiëntenserum.