Workshop
A
Antibiotica
testen: wanneer is een advies beslist fout?
C.
Neef en J. Mouton
In
workshop zal worden ingegaan op de volgende zaken, waarbij enkele casus als
voorbeeld gehanteerd zullen worden:
-
doel van de
spiegelbepaling
-
frequentie van bepalen
-
wat is de rol van de MIC
(minimum inhibiting concentration)
-
dalspiegels bepalen is in
veel gevallen zinloos
-
is doseren op AUC zinvol:
intermitterend versus continu doseren
Workshop
B
Praktische
aspecten bij de analyse van Anti-HIV middelen.
D.M.
Burger en J.A.H. Droste
-
Een
foutenformulier bij een QC programma is nuttig
-
Het
toevoegen van co-medicatie aan QC-monsters is geoorloofd
-
Het
verhitten van plasma voor het meten van anti-HIV middelen is
een vereiste om
besmetting te voorkomen
-
Er
zijn diverse analysemethoden voor anti-HIV middelen inmiddels in de
literatuur beschreven. Welke moet je kiezen?
-
Het
heeft geen zin om met TDM van anti-HIV middelen te beginnen als er geen
advies wordt meegegeven
Workshop
C
Kwaliteit:
CCKL versus ZAN versus GMP
Tessa
Ververs , Pierre Bet, Oscar Smeets
Na
een korte inleiding van elk 5 minuten:
Tessa Ververs: CCKL; Pierre Bet: ZAN; Oscar Smeets: GMP-Z
komen de
volgende stellingen op tafel:
-
Een
kwaliteitssysteem van een laboratorium kan niet tegelijkertijd voldoen aan
de ZAN, GMP-Z en CCKL.
-
Het
CCKL-certificaat is belangrijker dan het GMP-Z-certificaat.
Workshop
D
Bespreken
van de citotox
Daan Touw en Henk Trumpie
Het
is natuurlijk nog niet mogelijk in dit abstract de casus te bespreken en de
resultaten te laten zien. Dat zal het geheim zijn van deze workshop.
Tijdens deze workshop zullen we de casus bespreken en met u van gedachten
wisselen welke diverse technieken
er zijn om zo’n probleem op te lossen.
Hoe ver moeten we analytisch gaan?
Wat vraagt de kliniek en hoe moeten we het antwoord interpreteren.
Welk advies kunnen, moeten, of willen we geven aan de clinicus?
Enige
stellingen:
-
Een
cito-tox heeft alleen zin als deze voor het laboratorium niet als Q.A.-casus
wordt gezien.
-
Iedere
KKGT-test-tox zou ‘cito’ moeten zijn.
-
Een
cito-tox moet alleen met immunoassay en STIP zijn op te lossen.
-
Een
apotheek laboratorium heeft het al te druk met patiënten monsters. Een
cito-tox is derhalve te veel gevraagd.
-
Bij
test-toxen moet de nadruk liggen op analyse en niet op interpretatie.
Workshop
E
Het
rapporteren van resultaten : wel of geen decimalen
Toine Egberts en Rick Langen
Stellingen:
-
Het
aantal decimalen dat ik hanteer bij de rapportage van mijn TDM-uitslagen aan
de kliniek is onafhankelijk van het aantal cijfers voor de komma; dus
hetzelfde aantal decimalen bij een uitslag van 1, 10 en 100 mg/L.
-
Het
is van belang de precisie van mijn TDM bepaling te vermelden bij de uitslag
bv. tobramycine 7.2 mg/L (95%BI 6.8-7.6 mg/L).
-
Van
elke TDM bepaling moet ik weten bij welke afwijking ten opzichte van de
voorafgaande spiegel voor dezelfde patient de arts zijn beleid gaat
wijzigen.
-
Voor
elke TDM bepaling moet ik de acceptabele analytische fout weten en daar mijn
bepaling en rapportage op afstemmen.
NB:
de beste stellingen zijn van hout